Jaren 80

Na een periode in de jaren zestig en zeventig, waarin hij zich bezighield met een vrij realistische, zij het bewust versnipperde, weergave, begon in de jaren tachtig een periode waarin expressie en spontaniteit bij Jan van Krieken belangrijker werden. De invloed van zijn docent aan de Academie, de abstract-expressionist Fred Sieger, is hier merkbaar.
Andere kunstenaars die Van Krieken inspireerden zijn onder anderen: Pierre Bonnard, Monet, Joseph Bueys en Sigmar Polke.

Jaren 90

In de jaren negentig begint Jan zijn expressieve doeken van een zowel letterlijke als inhoudelijke laag te voorzien. Hij plaatst realistische, herkenbare afbeeldingen voor de meer abstract aandoende, en soms nog nauwelijks zichtbare achtergrond.

Cyclus van verandering

In 1986 begint Jan van Krieken met het vastleggen van een onderwerp dat zijn oeuvre tot op de dag van vandaag bepaalt: een zwerfkei in de vijver achter zijn huis. De steen is te vinden in talloze fotoboeken, tekeningen, schilderijen en in de grafiek die hij sindsdien maakt.

Honderden keren legt hij de zwerfkei fotografisch vast waarbij het hem opvalt dat de steen er ieder moment, elke dag, anders uitziet. Omgeven door water of door ijs, door de wisselende waterstand geheel of gedeeltelijk zichtbaar, een plaats waar mos zich vastzet en zelfs de plek waar een overgewaaid zaadje uitgroeit tot een plantje. Steeds anders door de lichtval en steeds een andere schaduw werpend op het wateroppervlak. Ook op schildersdoek en papier werd de cyclus van verandering die het voorwerp ondergaat een metafoor voor het leven zelf.

Steen der Wijzen

Van Krieken heeft niet meer nodig dan die simpele steen in een vijver; een symbool voor het verglijden van de tijd, een stukje eeuwigheid temidden van een snel veranderende omgeving. Al onderzoekend kwam de kunstenaar vanzelf uit bij de “Steen der Wijzen”, de mysterieuze substantie waarnaar alchemisten eeuwenlang zochten. Van Krieken kwam erachter dat zij in wezen op zoek waren naar hetzelfde waarnaar hij door middel van de steen in zijn vijver zocht; het zuivere en het eeuwigdurende.

Beeldtalen

In zijn werk maakt Jan gebruik van verschillende beeldtalen, die hij schilderkunstig en kleurrijk – maar met grote gelijkwaardigheid – door elkaar weeft of elkaar laat overlappen. Zo mengen oude middeleeuwse prenten zich met een goudzoekende stripfiguur als Dagobert Duck of met een idool als de “Venus van Willendorf”. Goudmijnen in Nieuw Zeeland en Brazilië vormen de achtergrond voor jeugdfoto’s, een alchemist op zoek naar de Steen der Wijzen, of een trap met symbolische treden. Vooral door zijn reizen in Azië heeft kleur de laatste jaren een steeds belangrijkere rol gekregen.