Uit de collectie van Koninklijke Talens: Jan van Krieken

Palet 3, nr 323 – juni/juli 2006, Kunst – Kijken – Doen

Namens de Kunstcommissie Koninklijke Talens, Don Nederhand

Enkele tientallen jaren geleden is Koninklijke Talens begonnen met het opbouwen van een kunstcollectie die inmiddels is uitgegroeid tot een kleine 300 werken. Er wordt zo breed mogelijk verzameld, met als achterliggende gedachte dat de diversiteit aan toepassingsmogelijkheden van materialen zoals Talens die produceert zoveel mogelijk aan bod komt. Voor de meer dan 200 werknemers, die zich dagelijks met de productie van verf en andere kunstschildersmaterialen bezig houden, illustreert de collectie het uiteindelijke doel van alle inspanningen: de eindproducten van Talens die dienen als grondstoffen en gereedschappen voor de kunstenaar om tot een beeld te komen dat boven het materiaal uitstijgt.

De collectie fungeert als een soort kunstuitleen binnen het bedrijf; werknemers zoeken in overleg met de kunstcommissie iets uit voor hun werkplek en kunnen met collega’s werken ruilen als daar behoefte aan is. Een interne aangelegenheid dus en eigenlijk is het jammer dat de collectie niet voor een breder publiek toegankelijk is. Echter, via deze nieuwe rubriek wil ik de lezer van Palet mee laten genieten van deze bijzondere verzameling en zal ik telkens één of meerdere kunstenaars uit de collectie belichten.

De eerste keer: de schilder Jan van Krieken van Huessen
De collectie telt vier schilderijen van deze schilder. Alle afgebeelde werken zijn gemaakt op doek waarop het beeld met diverse dunne lagen acrylverf weloverwogen wordt opgebouwd. Jan van Krieken bedient zich zowel van beeldmateriaal uit één van zijn vele schetsboeken als van bestaande motieven.

Het uitgangspunt voor het overgrote deel van zijn werk betreft echter al jaren maar één inspiratiebron: een zwerfkei, die ooit in de vijver achter zijn huis terecht is gekomen en sindsdien de aanleiding is tot een grote verscheidenheid aan zowel fysieke als associatieve verschijningsvormen. Enerzijds is het uiterlijk van de steen onderhevig aan een niet aflatende verandering onder invloed van de elementen. Diverse plantjes en mossen nestelen zich afwisselend op en rond de steen, regen en droogte veranderen de glans, door het steeds weer veranderende licht van zon en maan verandert de kleur en afhankelijk van de seizoenen is de steen al dan niet bedekt met gebladerte, sneeuw of ijs.

Anderzijds fungeert de steen als kern van waaruit de geest wordt ingewijd in de wereld van de alchemie: oermaterie die vragen oproept over de zin en de oorsprong van het leven. Goud als symbool van materiële welvaart tegenover goud als metafoor van de hoogste staat van geestelijke rijkdom, de steen der wijzen. Goud als oorzaak van hebberigheid, machtswellust en alle daaruit voortvloeiende ellende tegenover goud als in “goudeerlijk”, “en gouden hart” en alle daaruit voortspruitende positieve invloeden op de samenleving. Onderwerpen die in kunst en wetenschap sinds mensenheugenis de gemoederen bezighouden en o.a. Socrates en Jeroen Bosch hebben geïnspireerd.

Eigenlijk heet de kunstenaar Jan van Krieken. Een aantal jaren geleden ontstond er echter verwarring binnen de Nederlandse kunstwereld omdat er twee schilders met de naam Jan van Krieken bleken te bestaan die hun werk met de volle naam signeerden. Na contact met elkaar te hebben gezocht is besloten om middels een gezamenlijke expositie aan de verwarring een einde te maken. Sindsdien wordt het werk getekend met respectievelijk “Jan van Krieken van Tilburg” en “Jan van Krieken van Huessen”.

Jan van Krieken van Huessen (Deventer 1942, woont en werkt in Huissen, Gld) volgde zijn artistieke opleiding van 1959 tot 1964 aan de Academie voor Beeldende Kunsten te Arnhem, waar hij van 1979 tot 2000 tevens als docent schilderen was aangesteld.