Een steen

“De steen die ik 25 jaar geleden op een ondiepe plaats in de vijver van mijn achtertuin plaatste, kocht ik in een tuincentrum. Als decoratie en met de suggestie van natuur in een vinex-achtertuintje. Waarschijnlijk ben ik onbewust beïnvloed. In mijn jeugd wandelde ik jarenlang driemaal daags met mijn hond door het Arnhemse stadspark Sonsbeek. Langs de imposante zwerfkeien van de grote waterval en langs stenen in het ruisende waterstraatje. Maar ook bleef ik staan bij de stenen die zich donker onder majestueuze bomen spiegelden in het water van een grote vijver. Deze beelden moeten zich in mijn geheugen gegrift hebben.”

“Zoals velen raap ik overal waar ik kom steentjes van de grond. Ik bekijk ze aandachtig om ze daarna in mijn broekzak mee naar huis te nemen. Op de middelbare school gingen we met de tekenleraar agaten, jaspis en andere stenen zoeken in een zandafgraving. In tekeningen en schilderijen uit de 60’er jaren duiken altijd weer stenen op. Nu eens een zwaar wit dooraderd zwart steentje dat ik vanuit verschillende standpunten tekende, dan weer in een schilderij waarin een steen als een horloge weergegeven wordt met opwindmechaniek en aan een horlogekettinkje.”

Tijd en betrekkelijkheid

“Na een ontwikkeling waarbij in reeksen tekeningen en schilderijen steeds meer de gegevens ‘tijd’ en ‘betrekkelijkheid’ een rol speelden koos ik er omstreeks 1986 voor om de steen in mijn achtertuin als thema voor mijn beeldend werk te nemen.
Ik wilde in het stilstaande beeld van ‘die ene steen half in het water’ iets stellen tegenover de hectiek, de rusteloosheid van onze tijd. Geen blinkende, glimmende en kleurige edelsteen, maar een gewone zandsteen. Ik realiseerde me toen natuurlijk niet dat binnen de beperking van de (hermetische) cirkel de oneindigheid van het hele universum zich weer aandient (Kees Verwey / William Blake).”

Jan