De steen zintuiglijk tastbaar en symbolisch in de afwisseling van kijken en betekenis geven.

————————————
Een steen als metafoor van het universum
Steen als een landkaart die de tijd overstijgt, stenen als kalenders, stenen als markeringspunten voor zonsopgang en midzomerdag, stenen als altaar, als verwijzing naar sterven en dood. Stenen als het skelet van de aarde, onveranderlijk en absoluut van vorm. Stenen dienen de voorouders als woonplaats. Stenen als zetels van de hoogste macht. Een steen de ‘lapis niger’, als navel van de wereld. Stenen om offers op te brengen, als zetel van goden en geesten. Stenen als vruchtbaarheidssymbool of als markeringspunt voor schippers, wandelaars, klimmers en dolende mensen.

————————————
Vrij naar Katsumine Shinbu 1887-1954

Bij een steen gehurkt
Kijk ik naar alles en het niets
Vrij van gedachten

————————————

Een steen als tegenwicht voor het vluchtig consumeren, vluchtigheid. Maar ook uit een verlangen naar stilte en vertraging. Rust om te kijken naar een bepaalde schoonheid die besloten ligt in de dingen die je omringen. In hun onderlinge samenhang i.p.v. opgejaagde versnelling en fragmentatie.

————————————
Het verhaal van de wijze Chinees schilder
De Chinese schilder Wang – Fo belandde in de gevangenis. Hij kreeg toestemming om penselen en verf in zijn cel te hebben en schilderde een landschap op de muur. Toen de schildering klaar was, stapte hij het landschap binnen en wandelde weg. Roger Callois in ‘Pierres’